>

 

SACRÉ CUISINE

OVER ETEN EN CHRISTELIJKE FEESTEN

 

 

 

TRADITIONELE KERSTRECEPTEN

 

Kerststol

 

Kerststol wordt al bijna 700 jaar geleden in een (Duitse) oorkonde genoemd. Hij volgt de offerbroden op die tijdens de zonnewende werden bereid. Het is een brood met wit meel. Dat is nu niet meer bijzonder, maar vroeger wel. Immers, het is heel bewerkelijk om alle volkorenvliesjes handmatig te verwijderen. Aanvankelijk was het ook een vastenbrood: 24 december was de laatste dag van een vastenperiode. Dat betekende dat er geen melk, room of eieren in mochten en (raap)olie moest worden gebruikt in plaats van boter. Maar dankzij een ‘boterbriefje’ – een dispensatie van de Paus – mocht er vanaf 1491 toch boter in worden verwerkt. Na de reformatie kwamen er ook eieren bij. Tenslotte de vorm. Wist u dat het brood de pasgeboren christus ( de spijsvulling) voorstelt die in witte (de poedersuiker) doeken (het deeg) is gewikkeld? Vandaar die dubbelgevouwen vorm.

Heeft u al zin gekregen?

 

Nodig voor een flinke stol:

 

Voor de spijs:

100 gr. amandelpoeder

100 gr. kristalsuiker

1 eiwit

1 citroen

 

Voor het deeg:

2 el. suiker

1 zakje gist

100 gr. boter ( + wat extra voor op het einde)

500 gr. bloem

snufje zout

+/- 50 gr. suiker

200 gr. rozijnen

200 gr. amandelen

1 citroen

1 sinaasappel

mespuntje kardemompoeder

1/2 tl. kaneel

50 à 100 gr. poedersuiker

 

eventueel:

 

1 el. oranjebloesemwater

50 gr. sucade

50 à 100 gr. gedroogde fruit zoals cranberries, vijgen, dadels, appels

 

 

We maken eerst de vulling. Meng het amandelpoeder (te krijgen bij de natuurwinkel) met de kristalsuiker, de rasp van 1 citroen en 2 el. van het sap. Voeg er ook nog 1 eiwit aan toe en kneed het tot een worstje. Rol het worstje in plasticfolie en laat het opstijven in de ijskast.

Verwarm 100 ml. water op tot handwarm, roer er 2 el. suiker door en voeg er een zakje gist aan toe. Laat een tijdje staan. Smelt de boter in een pannetje op een zacht vuurtje of in de magentron. Zeef de bloem boven een mengkom, voeg een snufje zout toe, ongeveer 50 gr. suiker en de gesmolten boter. Voeg daar verder de rozijnen, in stukjes gehakte amandelen en de rasp van 1 citroen en 1 sinaasappel aan toe. Voeg er verder nog een mespuntje kardemompoeder en ½ tl. kaneel aan toe, het sap van de sinaasappel en 1 ei (en eventueel nog de overgebleven dooier). Als je het lekker vindt, kun je nog 50 gr. sucade toevoegen of 50 à 100 gr. fijngehakt gedroogd fruit en als je er de hand op kunt leggen, 1 el. oranjebloesemwater (verkrijgbaar bij Turkse en Marokkaanse supermarkten). Voeg het gistmengsel toe en kneed tot een soepel deeg. Misschien moet er nog wat water bij. Wanneer is het een soepel deeg? Als het niet meer scheurt, wanneer je het een beetje uit elkaar trekt.

 

Laat het deeg minstens een uur op een warme plek (op of tegen de verwarming!) rijzen. Verwarm de oven voor op 180 graden. Doe bakpapier op een bakplaat, druk het deeg er op uit tot een lap, leg de amandelspijs erin en vouw hem net niet helemaal dubbel, er moet een knik in komen.

 

Bak ongeveer 50 minuten. De stol is klaar als hij hol klinkt als je op de onderkant klopt. Smelt dan nog 50 gram boter, kwast de boter over de stol en bestrooi kwistig met poedersuiker. Nog warm het allerlekkerst!

 

 

 

 

Provençaals kerstbrood: ‘Fougasse’ of ‘Pompe à l’huile’

 

 

Probeert u eens dit overheerlijke kerstbrood te maken, in plaats van onze – veel bewerkelijker! – kerststol.  Hoewel het beslist anders is, ruikt en smaakt het beslist naar kerst!  U zult zich dus niet ontheemd voelen. Het resultaat is een rond, enigszins plat brood, met 7 inkepingen dat het gezicht van Christus moet voorstellen (de 7 gaten zijn de ogen, oren, neusgaten en mond).

 

Het gaat hier om nagenoeg hetzelfde brood dat in Arles fougasse en elders in de Provence pompe à l’huile genoemd wordt. Het woord fougasse komt overigens van foccacia.

 

Nodig:

 

500 gram bloem

snufje zout

100 gr. poedersuiker

1 zakje gist

1 dl. olijfolie

2 el. oranjebloesemwater

1 sinaasappel

 

Was de sinaasappel en rasp met een fijne rasp ongeveer een theelepel van de schil af. Pers de sinaasappel uit en verwarm het sap in een pannetje (of de magnetron) tot handwarm. Doe het zakje gist erbij en laat even staan.

Doe in een kom de bloem, het zout, de poedersuiker, de olijfolie, de sinaasappelrasp en het oranjebloesemwater en meng met een lepel. Oranjebloesemwater kunt u kopen in de betere gesorteerde supermarkt en anders bij een Marokkaanse winkel. Voeg dan het gistmengsel erbij en kneed tot een soepele, homogene bal. Mocht het te nat zijn, nog een beetje bloem erbij, mocht het te droog zijn, nog een beetje water erbij.

 

Zet het deeg met een doek erover op een warme plek (ik zet het zelf meestal op een krukje tegen een verwarming aan en draai na een half uur de kom een halve slag). Laat ongeveer een uur à anderhalf uur rijzen.

 

Verwarm de oven voor op 180 graden.  Druk het gerezen deeg uit tot een cirkel van ongeveer 2 cm. dik. Snijd er met een mes 7 flinke inkepingen in.  Op deze wijze  Bak de fougasse ongeveer 30 minuten totdat hij gaar is.

 

Overigens is het heel belangrijk om het brood dat op tafel komt niet te snijden maar te breken. Dit verwijst naar het ritueel van het avondmaal. Snijden is uit den boze en wordt bestraft met ongeluk in het komende jaar.

De fougasse wordt dus gebroken en zelfstandig gegeten (dus niet belegd of iets dergelijks), eventueel wel nog gedoopt in vin cuit.

 

 

 

Glühwein

Eenvoudig      voorbereiding 5 minuten        3 uur laten trekken

De oorsprong van Glühwein is waarschijnlijk te vinden in de middeleeuwen. In die tijd, toen de wijn nog niet te drinken was en water niet te vertrouwen, dronk men in de lage landen vooral (aangelengd) bier. Waar de wijndruiven groeiden (vooral Frankrijk en Zuid-Duitsland)  dronk men Hypocras. Dit was een drankje op basis van rode wijn, honing en specerijen, waarschijnlijk vernoemd naar de daarvoor gebruikte filterzak ‘manum Hippocraticum’, een zak die was uitgevonden door de  Griekse geneesheer Hippocrates.  In de loop der tijden werd het een drankje dat steeds minder werd gedronken maar met oud en nieuw bleef het bewaard. De honing werd vervangen door suiker en er werden citrusvruchten aan toegevoegd voor een frissere smaak. Voilà! De Glühwein was geboren.

 

Nodig:

 

1 fles rode wijn

375 ml. (1/2 fles) water

+/- 10 kruidnagels

1 kaneelstokje

Eventueel:  1 steranijs

+/- 5 peulen kardemom, of ½ tl. kardemompoeder

Een paar schillen van een sinaasappel

Een paar schillen van een citroen

5 à 6 grote eetlepels suiker of (veel) meer naar smaak

 

Doe alle ingrediënten in een pan en laat een paar uur op een hééél zacht vuurtje trekken. Het moet beslist niet koken. Zoals ik al eerder schreef: de wijn moet namelijk het liefst onder de 75 graden blijven, want anders verdampt de alcohol teveel.

Ook hier geldt dat de wijn nog lekkerder wordt als je hem al ’s ochtends maakt, dan rustig laat afkoelen en de smaken erin laten trekken. Warm hem  ’s avonds weer zachtjes op.

 


Tip: benieuwd naar Hypocras? Vooruit, hier komt een recept: Verwarm een fles rode wijn, met een paar plakjes gemberwortel of ½ tl. gemberpoeder, een paar kruidnagels, een kaneelstokje, een mespuntje geraspte nootmuskaat, een paar peperkorrels, een ¼ tl. korianderzaadjes of –poeder, een paar kardemompeulen en een paar flinke eetlepels honing.

 

 

 

 

 

Hazepeper

 

 

Al sinds de reformatie staat wild op het kerstmenu bij de Nederlander en dan vooral klein wild, zoals konijn of haas, want die waren nu eenmaal volop verkrijgbaar (lees: gemakkelijk te stropen). Tot de reformatie gold kerstavond nog als een vastenavond, waarop geen vlees mocht worden gegeten.  Met de reformatie werden ook de vastenregels overboord gegooid en kwam er wel vlees op het menu. Net zoals tegenwoordig, is de winter het jachtseizoen. En wie er aan kon komen, at dan wild met kerst. Ook bij de meeste armeren kwam er vaak een konijn of haas op tafel omdat het stroopverbod rondom kerst door de vingers werd gezien (een soort gedoogbeleid dus). Armen die niet aan eten konden komen klopten aan bij de kerk waar ze brood en een stuk spek kregen voor kerst.

 

Maar nu terug naar de hazepeper. In de kookbijbel uit de jaren ’60 die mijn moeder voor haar huwelijk kreeg (‘Elsevier’s pocketkookboek’ - voor de moderne vrouw), staat een recept voor hazepeper, dat gebaseerd is op restjes haas die over zijn van een feestmaal. Het is een soort ragoutje. Tegenwoordig ís hazepeper het feestmaal. Onderstaande zeer feestelijke en verrukkelijke versie van hazepeper is een door mij bewerkte versie van Smulweb, en hij is werkelijk om te smullen. Je moet er even de tijd voor nemen, maar het voordeel is dat hij uiteindelijk op de dag zelf alleen nog maar opgewarmd hoeft te worden.

 

 

 

Voor 4 tot 6 personen:

 

2 à 3 bouten

1 fles rode wijn

4 eetlepels wijn- of ciderazijn

1 prei

1 ui

1 winterpeen

3 laurierblaadjes

8 kruidnagels

8 jeneverbessen


75 à 100 gram boter

150 gram gerookt spek

Een bakje champignons

1 potje zilver- of Amsterdamse uitjes

3 plakken ontbijtkoek

2 stukjes chocola

een snuf nootmuskaat

3 eetlepels cranberrysaus of –jam of rode bessengelei

Paar druppels worcesterschiresaus

Peper en zout

1 dl (slag)room

Snijd de prei, ui en winterpeen in plakjes en leg de bouten met de groenten, laurierblaadjes, kruidnagel, jeneverbessen, de azijn en de rode wijn minstens 24 uur in een grote schaal in de ijskast.

Zet een grote diepe pan met dikke bodem op halfhoog vuur en smelt daarin ongeveer 50 gram boter (liefst een gietijzeren pan).  Haal de bouten uit de marinade (marinade bewaren!), dep ze droog en bak de bouten even aan in de pan. Vis de groente uit de marinade met een schuimspaan en bak ze even mee. Giet dan de marinade bij het vlees, doe de deksel erop en laat het geheel 2 uur stoven op het laagste pitje. De bouten zijn gaar zodra het vlees van de botjes afvalt.

In de tussentijd snijd je het spek in dunne reepjes/blokjes en de champignons in plakjes.

Vis het vlees uit de pan, laat even afkoelen zodat je je handen niet verbrand en verwijder dan met je vingers de botjes. Ondertussen giet je de marinade door een zeef. Bewaar het vocht, de rest gooi je weg.

Maak de pan weer schoon en bak nu in de rest van de boter eerst de spekjes licht krokant en daarna nog even de champignons.  Voeg het vlees toe en de gezeefde saus, de uitjes, de plakken ontbijtkoek, de cranberrysaus/jam/gelei, de worcestershiresaus en de chocola en laat zachtjes inkoken totdat er een gebonden saus ontstaat. Maak op smaak met peper, zout en nootmuskaat en voeg op het laatst nog de room toe.        

Serveer met gekookte aardappels of puree, cranberrysaus, rodekool met appeltjes en/of spruitjes en/of appelmoes en/of gehalveerde appels uit de oven met een dot cranberrysaus.

 

 

 

Cranberrysaus

 

makkelijk    voorbereiding 10 minuten   koken 15 minuten

 

Voor mij hoort cranberrysaus (of veenbessensaus, zoals het besje in het Nederlands heet) bij kerst. De saus is na de tweede wereld oorlog komen overwaaien uit New England in Noord-Amerika, waar het traditioneel geserveerd werd bij de kalkoen tijdens thanksgiving, en later ook de kerstkalkoen. Kalkoen en cranberries werden door de Amerikaanse bevrijders in ons land geïntroduceerd en door ons vrij gauw overgenomen. 

 

Mijn moeder maakte hem altijd recht-toe-recht-aan: bessen koken met wat suiker en een scheutje water en dan zó serveren. Het resultaat was een wat zurige saus met velletjes. Dat kan vast anders, dacht ik. En ja hoor, deze versie lust iedereen die ik ken. Doordat de saus wordt gezeefd, wordt hij een stuk milder van smaak en geeft hij een heerlijk zacht ‘mondgevoel’. Het resultaat is wel dat je er veel meer van eet.

 

 

 

Voor ongeveer 350 gram saus (ongeveer 4 personen):

 

1 pak cranberries à 375 gram (liefst vers, anders diepvries)

1 sappige sinaasappel

een paar eetlepels suiker (ongeveer 50 gram)

een kaneelstokje

een paar kruidnagels

een mespuntje kardemompoeder, of 1 kardemompeultje

een snufje zout

 

Was de cranberries en doe ze in een pan. Was de sinaasappel en rasp de schil met een fijne rasp. Voeg het raspsel toe en pers de sinaasappel over de cranberries uit. Voeg de overige ingrediënten toe en zet de pan op een middelmatig vuurtje.

Zodra de boel kookt, kan het gaan spetteren: zet het vuur wat zachter maar laat het wel nog pruttelen. Na ongeveer 5 à 10 minuten koken moeten nagenoeg alle besjes zijn opengesprongen en begint de saus misschien ook al wat dikker te worden.

Zet het vuur uit en zeef de saus door een zeef, druk goed door met een pollepel. Je krijgt nu een jam-achtige consistentie. De saus is klaar! Je kunt de saus een kleine week bewaren in een afgesloten bakje in de ijskast.   

 

 

 

 

 

Rode kool met appeltjes

 

gemakkelijk   voorbereiding  10 minuten      45 minuten koken 

 

Dit is zo’n klassieker die het goed doet bij wild, of een rollade.  En laten dat nu juist bij uitstek de vleesgerechten zijn die we vaak met kerst opdienen. Wist u overigens dat wij in Nederland dit gerecht al met kerst sinds de middeleeuwen eten? De reden daarvoor is niet heel wonderlijk: rode kool wordt in de winter geoogst en appeltjes zijn tegen die tijd ook nog houdbaar. Samen met spruitjes (ook een wintergroente) worden ze al honderden jaren in Nederland met kerst gegeten.

 

Onderstaand recept is nagenoeg overgenomen uit een heel oud huishoudkookboekje en geeft een heerlijk resultaat. Het is simpel te maken, mits je over een goed koksmes beschikt of zo’n keukenmachine of mandoline, waarmee je de kool fijn kunt snijden.

 

Nodig voor 4 à 6 personen:

 

een kooltje van ongeveer 750 gram

40 gram boter

2 appeltjes

2 eetlepels cider – of wijnazijn

een snufje zout

6 à 8 kruidnageltjes of ½ tl. kruidnagelpoeder

1 ½ el. suiker

een scheutje water

eventueel 1 tl. maïzena

  

Snijd de kool heel dun en haal de witte steelaanzet weg. Doe de kool in een pan. Schil en snijd de appeltjes in stukjes en voeg toe. Voeg ook de andere ingrediënten, behalve de maïzena toe.

Zet de pan op en laat een deksel (zonder gaatjes) op de pan, anders verdampt het vocht te snel en heb je kans op aanbranden. Laat de kool ruim 45 minuten op een zacht vuurtje koken. Als je op het einde van de kooktijd nog wat kookvocht over hebt, vis er een eetlepel van uit de pan (d.w.z. giet wat vocht af in een bakje) en roer er de maïzena door, totdat de maïzena is opgelost. Doe het mengsel terug de pan in en roer nog even door totdat het vocht bindt. Dan krijg je tenminste niet zo’n paars plasje op je bord dat uit de kool lekt. Als dat gebeurt worden namelijk ook je andere ingrediënten op het bord paars en dat willen we voorkomen.

 

 

Lekkere spruitjes

 

Spruitjes! Het woord alleen al doet misschien gruwelen. Dat we ze sinds de late middeleeuwen ook bij kerst eten is eigenlijk niet zo wonderlijk: het zijn groenten van het seizoen.  Als ze goed zijn klaargemaakt eet nagenoeg iedereen ze graag. Probeer het eens op deze wijze!

Voor 3 à 4 personen heb je nodig:

 

500 gram spruitjes

Eventueel 250 gram voorgekookte tamme kastanjes

50 gram boter

een flinke snuf nootmuskaat

wat rozemarijn (vers of gedroogd),

een (oude) witte boterham

peper en zout

 

Lekkere spruitjes zijn om te beginnen kleine, stevige exemplaren. Is het een soort mini-slakropje geworden, koop ze dan niet en eet liever iets anders.

Heb je geen oud brood? Zet de oven dan op 100 graden en leg de boterham erin. Wanneer je klaar bent met het schoonmaken van de spruitjes, heb je uitgedroogd brood. Twee maal kort in de broodrooster doen kan overigens ook.

Maak de spruitjes schoon: snijd een klein stukje van het kontje af en verwijder de buitenste blaadjes die erg donker zijn en los zitten. Zet met het mesje een klein kruisje in de onderkant van de wat grotere exemplaren, dan zijn alle spruitjes tegelijk gaar. 

Was de spruitjes even af en zet ze op in koud water (laat ze net onderstaan) waar je wat zout aan hebt toegevoegd. Laat ze 7 à 10 minuten koken. Hak ondertussen eventueel de kastanjes grof. Haal de boterham zo nodig uit de oven. Verkruimel de boterham boven een koekenpan: dit gaat heel gemakkelijk met een rasp. Hak of maal de rozemarijn fijn. Bak het broodkruim in de koekenpan met de boter, waaraan je naar smaak peper, zout en rozemarijn hebt toegevoegd. Er gaat redelijk wat zout door en flink wat boter! Blijf roeren! Na een paar minuten heb je als het goed is goudgeel-bruin knapperig kruidig broodkruim.

Houd de tijd in de gaten van de spruitjes. Proef er even eentje: hij moet zacht zijn, maar ook nog wat ‘bite’ hebben. Giet ze af en doe er meteen een lik boter bij en de nootmuskaat, en eventueel nog een beetje zout en/of de kastanjes. Hussel het gekruide broodkruim erdoor en geniet!  Om het nog extra lekker te maken, kun je het broodkruim bakken in de pan waar je eerst vlees hebt gebakken. Houd het vlees warm op een bord in de oven, die toch nog warm is, en bak het broodkruim in de aanbakseltjes van het vlees, Zaaalig.

 

Stoofpeertjes

 

gemakkelijk     voorbereiding 15 minuten        2 uur laten stoven

 

Stoofpeertjes staan ook al meer dan een eeuw op tafel met kerst. Mooi rood, een echte kerstkleur. Wist u dat de (kerst)kleur rood staat voor het bloed dat Jezus offerde voor de mensheid? Overigens staat de andere kerstkleur (groen) voor het eeuwige leven. Het groen dat in de winter groeit, gaat niet dood, maar blijft doorgaan. Maar om terug te komen op de stoofpeertjes: ze zijn een heerlijk bijgerecht!

 

 

Nodig voor 4 personen:

 

+/- 500 gram stoofpeertjes (liefst Gieser Wildemannetjes) 

1 fles Glühwein of 1 fles wijn met 25 gram suiker, 10 kruidnagels en een schijfje sinaasappel)

1 stokje kaneel

1 citroen (liefst biologisch)

nog een paar scheppen suiker naar smaak

 

Het mooiste vind ik het om de peertjes te schillen en heel te laten. Schil ze dus met een dunschiller, zet ze in een pan met de (glühwein), kaneel en suiker. Snijd een paar dunne schilletjes van de citroen en voeg nog een kneepje citroensap toe. Gebruik geen aluminium pan! Dat tast de smaak aan.

 

Laat 2 uur zachtjes pruttelen met de deksel dicht, anders verdampt alles te veel.  Af en toe omkeren, want de peertjes moeten wel overal even gaar

en rood worden. Doe dat voorzichtig met een houten lepel, je wilt ze wel heel laten.

 

Serveer ze op kamertemperatuur of lauwwarm. 

 

Tip: Het sap kun je verder inkoken tot een siroopje. Heerlijk over ijs of door de vla!

Tip2: liever geen alcohol? gebruik dan een flesje rode bessensap, voeg nog evenveel water en misschien wat meer suiker toe.

 

 

 

Verrukkelijke appelmoes

 

Makkelijk   voorbereiding 15 minuten   40 minuten op het vuur

 

Appels horen ook bij kerst.  Onze voorouders aten ze in elk geval al generaties tijdens het kerstfeest. Het is een gebruik dat niet alleen in Nederland bestaat, maar ook in Oost-Europeese landen, Duitsland en Engeland.  De reden is simpel: ze geven een zoete toevoeging en zijn rond kerst volop verkrijgbaar. Je kunt appeltjes poffen in de oven en vullen met krenten of cranberries, maar ook bijvoorbeeld deze heerlijke appelmoes maken. Jong en oud zullen hiervan genieten.

 

 

 

Nodig:

 

ongeveer 1 kg. appels. Mag een variatie van stevige en moesappels zijn.

3 zakjes vanillesuiker of 1 vanillestokje

1 flinke el. appelstroop

1 tl. kaneel

een klontje boter

1/2 citroen

ongeveer 100 ml. water

 

Schil de appels, ontpit ze en snijd ze in stukjes.  Doe ze in een pannetje met de overige ingrediënten, behalve de citroen. Rasp met een fijne rasp de schil van de citroen en voeg toe, pers dan de citroen uit en voeg het sap toe.  Zet op een matig vuurtje en zodra het begint te pruttelen, op een laag vuurtje. Na ongeveer 40 minuten of eerder als alles al tot moes is, het vuur uitzetten.  Is de boel na 40 minuten nog geen moes? Dan nog even met de pureestamper erdoor. Zelf vind ik het lekker als er wel nog wat stukjes appel herkenbaar zijn. Vis eventueel het vanillestokje er uit en snijd het in de lengte door tweeën. Schraap de zwarte puntjes (het merg) er uit en roer dat met een garde door de appelmoes.

 

Zulke lekkere appelmoes heb je nog nooit gegeten!

 

Tip: geen appelstroop in huis maar wel appeldiksap? Bijna net zo lekker! Voeg een scheutje diksap toe en evenuteel nog een paar eetlepels suiker.  

 

 

 

Mince Meat

 

redelijk eenvoudig    voorbereiding  1 uur   

 

Mince Meat is een typisch Engels Kerstrecept, dat gebruikt wordt als bijgerecht bij het kerstdiner. Het is een 'prutje' dat verwerkt wordt in een pie of in koekjes. Oorspronkelijk ging er ook fijngehakt vlees door en was het een manier om vlees te conserveren. Je kunt het helaas alleen in grote porties maken. Een voordeel echter is, dat het lang goed blijft. Je hoeft dus niet alles meteen op te eten. Ook leuk om wat cadeau te doen aan je buren of familie. Ik heb er een eigen draai aan gegeven en het smaakt echt heerlijk!  Lekker om in bladerdeeg te bakken, als een soort kleine saucijzenbroodjes.

 

 

Nodig:

 

125 gr. niervet of boter

+/- 350 ml (een potje) marmelade

200 gr. studentenhaver

2 appels

50 gr. sinaasappelsnipper

200 gr. rozijnen

1 citroen

1 sinaasappel (liefst biologisch)

200 gr. gedroogde abrikozen

200 gr. gedroogde appels

1/2 tl. kaneel

1/2 tl. nootmuskaat

1/2 tl. gemberpoeder

1/2 tl. kruidnagelpoeder

1/2 borrelglaasje rum, cognac of whisky

 

eventueel:

 

nog wat amandelen, cranberries, gedroogde vijgen en/of dadels

 

 

 

Niervet is te verkrijgen bij de slager. Kun je het niet vinden of wil je de mincemeat vegetarisch houden, gebruik dan boter. Dat wordt ook echt heerlijk, maar niervet geeft wel het typische smaakje. Dus als je voor een authentiekere smaak gaat - probeer dan toch aan niervet te komen.

 

Doe het niervet met de marmelade in een rvs (steel)pannetje en zet op een zacht vuurtje. Schil en rasp de appels en doe ze in de pan. Snijd de sinaasappelsnippers fijne en voeg toe. Doe de rozijnen erbij. Hak de noten van de studentenhaver fijn en voeg toe (met de rest van de studentenhaver) rasp de citroenschil en de sinaasappelschil en voeg toe. Per de citroen en sinaasappel uit en voeg het sap toe. Hak de abrikozen en appels fijn en voeg toe. Voeg dan de overige ingrediënten toe en laat nog even mengen. Zet het vuur uit en bewaar in een plastic bak met deksel.

 

 

 

 

 

Engelse Christmas Pudding

 

redelijk eenvoudig    voorbereiding  1 uur    stomen 6-8 uur

 

Christmas pudding of plum pudding is sinds de 17e eeuw hét kerstdessert in Engeland. Het is een gerecht dat omgeven is met tradities. Zo dien je eigenlijk al op stir-up sunday (de laatste zondag van het kerkelijk jaar, d.w.z. de zondag vóór advent) te bereiden. Er horen er 13 ingrediënten in - dat staat voor Jezus en de 12 discipelen - en alle leden van de huishouding moeten tenminste één keer roeren, van oost naar west 'zodat de drie koningen op 6 januari in Bethlehem aankomen. Verder gaat er een zilveren munt in en diegene die de munt vindt in zijn/haar stukje, zal het komende jaar voorspoed hebben. Dit gebruik is weer afgekeken van de drie koningen-taart, waar een boon in wordt verstopt. Hij wordt geflambeerd geserveerd, het vuur symboliseert het licht van Christus. Bovenin wordt een takje hulst ter decoratie gestopt. De uitleg van die symboliek varieert. Danwel verwijst het naar de doornenkrans die Jezus op zijn hoofd kreeg toen hij aan het kruis hing (een verwijzing naar het leiden in de wereld) ofwel naar het eeuwige leven (het is een takje dat in de winter - en dus 'eeuwig' - groen blijft).

Je kunt hem aansluitend nog met poedersuiker bestrooien - een verwijzing naar de witte doeken waarin Jezus na zijn geboorte werd gewikkeld.

 

Ik dacht altijd dat Christmas pudding moeilijk te maken was, maar dat valt eigenlijk heel erg mee. Je kunt ook variëren met ingrediënten en je hoeft je natuurlijk niet aan het getal 13 te houden, voor het aantal ingrediënten. Als je meer ingrediënten gebruikt, hoef je niet meteen meer brood en eieren te gebruiken, wel misschien wat meer bier en bloem.  

 

Nodig:

 

125 gr. niervet of boter

1 winterpeen

1 appel

1 sinaasappel (liefst biologisch)

6 à 8 witte (oude) boterhammen

50 gr. bloem

200 gr. rozijnen

200 gr. sultana's

200 ml. stout of bruin bier

3 tl. specerijen (kaneel, nootmuskaat & een beetje kruidnagel)

scheutje Grand Marnier

3 eieren

cognac om te flamberen

 

eventueel:

 

scheutje bruine rum, cognac of Pedro Ximenez sherry i.p.v. Grand Marnier

gehakte noten (amandelen en/of hazelnoten)

ander gedroogd fruit (cranberries, vijgen, dadels, gedroogde appeltjes)

studentenhaver

1 citroen  

 

 

Niervet is te verkrijgen bij de slager. Kun je het niet vinden of wil je de pudding vegetarisch houden, gebruik dan boter. Dat wordt ook echt heerlijk, maar niervet geeft wel het typische smaakje. Dus als je voor nostalgie gaat - omdat je wel eens Christmas pudding uit Engeland hebt gegeten - probeer dan toch aan niervet te komen.

 

Rasp de niervet, of snijd hem in kleine stukjes. Doe de stukjes en een mengkom. Rasp de wortel en voeg die toe, schil de appel, rasp die ook en voeg toe. Rasp vervolgens met een fijne rasp de schil van de sinaasappel, voeg toe. Pers het sap van de sinaasappel en doe het sap er ook bij.

 

Snijd de boterhammen in kleine blokjes (korstjes kun je gebruiken, gebruik dan maar 6 boterhammen). Zijn je boterhammen niet oud? Leg ze dan op een bakplaat en plaats ze dan eerst 15 minuten in een over die je op 150 graden zet. Voeg de blokjes dan toe.   

 

Voeg ondertussen de bloem toe, de rozijnen, sultana's en specerijen. Voeg nog eventueel andere lekkernijen erdoor, zoals andere gedroogde vruchten en/of noten. Meng alles goed door met een lepel. Breek dan boven een kommetje 3 eieren, en klop ze door met de grand marnier en het bier. Voeg en natte mengsel aan het droge mengsel toe. Nu mag - als je dat leuk vindt- het hele gezin een keer van oost naar west roeren.

 

Vet - met een beetje boter of niervet - een vorm in die tegen kokend water kan. Dat kan een pyrex schaaltje zijn, een aardenwerken bak of van porcelein. Doe het mengsel in de kom en nu komt de truc. Je moet de kom goed afdekken met aluminiumfolie, want de pudding wordt met schaaltje en al gestoomd in een pan. Daarvoor moet je aluminium er omheen vouwen, en liefst met nog een plooitje erin, zodat het kan uitzetten als het warm wordt. Daaromheen bind je een stevig touwtje en met het touwtje maak je ook nog een hengseltje, zodat je hem makkelijk in en uit de pan kan vissen. Kinkt het ingewikkeld? Kijk dan naar de foto, dat is misschien duidelijker.

 

Zet de kom of in een stoominzet in een pan, of in een pan waarin je omgekeerd een bakje of een bordje hebt gezet, zodat het water net niet tegen de pudding aan komt.

Vul de pan met een laagje water en stoom 6 tot 8 uur op een zacht vuurtje met de deksel erop, afhankelijk van de grootte van de vorm. Af en toe checken dat de pan niet droogkookt.

Wanneer de pudding uitgestoomd is, kun je hem met vers folie nog zeker een maand bewaren. Ondertussen mag je hem af en toe een beetje 'voeden' met een paar eetlepels cognac. Voor het opdienen, weer zo inpakken en nog ongeveer 2 uur laten stomen (of ongeveer 6 minuten in de magnetron, voor de ongeduldigen onder ons), begieten met verwarmde cognac, lucifer erbij en je hebt een spectaculaire afsluiting van je kerstdiner, zeker wanneer je eerst de verlichting uit hebt gedaan.

 

Lekerbekken kunnen ook nog een custard maken om erbij te serveren. 

 

 

 

 

 

 

Chocolade-gember fudge

 

eenvoudig    voorbereiding  15 minuten      minstens 4 uur laten opstijven   

 

Nu eens geen traditioneel kerstrecept, maar wel iets heerlijks voor bij het (kerst) grand dessert of bij de koffie. De smaak van gember past ook helemaal bij de kerst. Denk maar aan de Amerikaanse gingerbread die rondom kerst wordt gegeten.  Net terug van de Mariënwaerdt, waar van dit gerecht werd gesmuld, moet het even voorpagina nieuws zijn!  Geïnspireerd op een recept van Nigella Lawson, die een heerlijk maar simpel recept voor pistache-fudge heeft.  

Als je iets over hebt, kun je het gerust invriezen.

 

Nodig:

 

400 gr. pure (maar niet extra bittere) chocola

30 gr. boter

1 blikje gecondenseerde melk

1/2 potje (stem)gemberbolletjes

mespuntje gemberpoeder

mespuntje kardemompoeder

 

 

Doe de inhoud van het blikje gecondenseerde melk in een pannetje en zet dat op een zacht pitje. Snijd de gemberbolletjes tot dunne flintertjes en breek dan de chocolade in stukjes. Voeg de chocolade toe, samen met de kruiden (laat de gember nog even er buiten. Roer voorzichtig totdat de chocola is gesmolten en voeg dan de gemberstukjes toe.

Zet het vuur uit en bekleed een rechthoekig of vierkant bakje (ik gebruik een bakje waarin je vleeswaar kunt bewaren) met bakpapier. Stort de fudge daar in uit en met natte vingers kun je het dan uitsmeren tot een egaal prutje. Laat afkoelen en zet vervolgens nog een aantal uur (minstens 4) in de ijskast.

 

Snijd de fudge met een stevig mes in plakjes en geniet.... Als je nog wat over hebt, gewoon in een plastic zakje in de vriezer stoppen, dan kun je af en toe ongegeneerd een handje eruit halen. Onverwachte gasten zullen zeker aangenaam verrast zijn!