SACRÉ CUISINE

OVER ETEN EN CHRISTELIJKE FEESTEN

 

 

RECEPTEN VOOR DE VASTENTIJD

 

 

Onderstaande recepten zijn traditioneel of modern maar steeds geschikt voor de vastentijd. Er komt geen vlees aan te pas en ook geen of nauwelijks dierlijke producten zoals eieren, room, boter of kaas. 

Toch zijn ze stuk voor stuk lekker, want mijn uitgangspunt is dat we er ook iets smaakvols van moeten proberen te maken!

 

Yeshimbra Assa - Ethiopische vastenkoekjes

 

We staan er misschien niet zo bij stil, maar de helft van de bevolking in Ethiopië is christelijk. Bovendien zijn ze orthodox christelijk en daarom houden ze zich streng aan de vastenregels. Deze koekjes van kikkererwtenmeel - in de vorm van een visje, directe verwijzing naar het christendom - worden in de vastentijd in Ethiopië gegeten met een kruidige dip, injera (dat zit tussen plat brood en pannenkoek in) en een kikkererwtensalade. De dip die ik er bij heb gemaakt is misschien niet authentiek, maar wel smakelijk en passend. Voeg als je wilt ook nog een fijngehakt tomaatje mee. Kikkererwtenmeel en rijstmeel zijn te koop in de biologische supermarkt en anders in een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse supermarkt.

 

Het is een leuk recept om te maken!

 

Nodig voor ongeveer 20 koekjes:

 

100 gr. kikkererwtenmeel

50 gr. rijstmeel

mespuntje zout

mespuntje cayennepeper

mespuntje komijnpoeder

1/2 tl. kurkuma

mespuntje gemberpoeder

2 el. olie

1 sjalotje

1 teentje knoflook

+/- 100 ml. water

+/- 1/2 l. olie om te frituren

 

 

Voor de dip:

 

1/2 rode ui

1 teentje knoflook

1/2 bosje koriander

1/2 bosje peterselie

1/2 bosje lente-uitjes of een aantal sprieten bieslook

1 dl. olijfolie

1 tl. suiker

Wat peper en zout naar smaak

 

eventueel: nog een tomaatje

 

Rasp of snipper het sjalotje fijn en knijp het teente knoflook uit in een mengkom. Voeg de twee meelsoorten, de specerijen, het zout en de 2 eetlepels olie toe en meng goed door. Voeg dan wat water toe, terwijl je het deeg doorkneedt totdat je een stevig deegje hebt.

 

Je kunt gewoon reepjes deeg uitsnijden, maar leuker is het om er visjes van te boetseren. Met de niet-scherpe kant van een aardappelmesje kun je er vervolgens nog een patroontje in kerven.

 

Doe de olie in een klein steelpannetje (je hebt dan niet zoveel olie nodig en bent dan ook sneller klaar, want olie warmt  langzaam op) en zet op een half hoog vuurtje. Ondertussen maak je de dip. Was zo nodig de kruiden, snijd de kruiden, knoflook en ui grof en doe alles in een blender, of maal fijn met de staafmixer. Voeg daarna desgewenst nog een fijngehakt tomaatje erdoor.

 

Nu zal de olie waarschijnlijk heet genoeg zijn en frituur met 4 koekjes tegelijk. Ze zijn al binnen een paar minuten gaar!

Leg de koekjes met een schuimspaan voorzichtig in de pan en haal ze er daarmee ook uit. Dat voorkomt spetteren!

 

Warm of koud eten, kan allebei.

 

Tip: liever niet frituren? Verwarm dan de oven voor op 170 graden. Bestrijk de koekjes aan beide kanten met olijfolie en bak ze ongeveer 15 minuten in de oven. 

  

 

 

 

 

 

 

Hot cross buns - Engelse broodjes voor Goede Vrijdag

 

Goede vrijdag is het 'hoogtepunt', of liever: dieptepunt in de vastentijd.  Op deze vrijdag voor Pasen, werd Jezus gekruisigd.  In de Christelijke wereld wordt deze dag van oudsher herdacht met gepaste soberheid. Toch ontwikkelden zich ook rondom deze dag rijke culinaire tradities. Eén daarvan zijn de hot cross buns, broodjes die in Engeland (en in de voormalige Britse koloniën) als sinds eeuwen op Goede Vrijdag worden gegeten voor het ontbijt. Het brood staat ten teken van het ter communie gaan, de specerijen die erin worden verwerkt zouden mogelijkerwijs zijn gebruikt bij het balsemen van het overleden lichaam van Jezus en het kruis herinnert aan de kruisdood op die dag.  Een broodje vol symboliek dus, dat bovendien zeer smakelijk is. Misschien dus iets om eens te proberen.

 

niet moeilijk, maar wat bewerkelijk       voorbereiding  2 x 15 minuten       1,5  uur rijstijd         20 minuten bakken

 

 

Voor ongeveer 16  à 20 broodjes:

 

500 gram (brood)meel - meel is iets grover dan bloem

1 zakje gist

1 afgestreken tl. gemberpoeder

1 afgestreken tl. kaneel

1 afgestreken tl. gemalen nootmuskaat

1 afgestreken tl. gemalen kruidnagel

1 afgestreken tl. gemalen kardemom

snufje zout

50 gram boter

200 ml. melk

 

2 eieren

2 eetlepels witte bloem

2 eetlepels poedersuiker

 

eventueel:

3 à 4 eetlepels suiker

150 gram rozijnen of ander gedroogd fruit

 

 

Doe de melk en de boter (in stukjes) in een pannetje en verwarm tot handwarm, dan zal de boter ook nagenoeg zijn gesmolten.

 

Meng in een mengkom de meel, specerijen, gist, zout en eventueel de suiker en rozijnen/gedroogd fruit.  Klop in het melkmengsel één ei en giet dat door het meel.

Kneed nu in ongeveer 5 minuten het deeg tot een redelijke soepele bal. Misschien heb je nog een beetje extra melk nodig, misschien nog een beetje meel.

 

Laat de deegbal anderhalf uur op een warme plek rijzen. Op de verwarming is een goede plek!

 

Verwarm na de rijstijd de oven op 200 graden.

 

Vorm 16 à 20 balletjes van gelijke grootte en leg die op een bakblik met bakpapier. Snijd er met een mesje een kruis in. Klop het andere ei los en kwast dat over de broodjes.

 

Maak nu het deeg voor het kruis: meng de bloem en poedersuiker met wat water tot er een stevige pasta ontstaat. Doe de pasta in een spuitzak of een boterhamzakje waar je een klein puntje van afknipt. Spuit het mengsel over het kruis heen.

 

Zet de broodjes 20 à 25 minuten in de oven, controleer in elk geval na 20 minuten. Hoe je dat doet: haal met een ovenwant een broodje uit de oven en klop er op met een pollepel (of je knokkels, maar het kan heet zijn). Klinkt het een beetje hol, dan zijn de broodjes gaar.

 

Ze zijn warm het lekkerst!  Je kunt ze overigens goed invriezen en weer opwarmen!

 

 

 

Koopsoep met balletjes

eenvoudig      voorbereiding: 25 min      koken: 35 minuten

Er zijn niet echt veel middeleeuwse traditionele vastenrecepten bekend. De kookboeken die uit die tijd bewaard zijn gebleven, gaven vooral recepten voor de feestdagen, niet voor de dagelijkse kost. Koolsoep zal ongetijfeld op het menu hebben gestaan. Maar of hij zo smakelijk was als deze versie? Waarschijnlijk niet. Deze sobere maaltijdsoep heeft namelijk veel meer smaak dan hij op het eerste gezicht doet vermoeden.

Voor 4 personen:

1 kooltje

1 winterpeen

2 stengels bladselderij

1 ui

1 teentje knoflook

1 vegetarisch bouillonblokje

2 el. olie

2 el. gembernat

1/4 tl. komijn

1/4 tl. gemberpoeder

wat zout en peper

 

 

Voor de balletjes:

 

200 gr. bloem

snufje zout

snufje bakpoeder

 

Snipper het uitje en fruit het in de olie in de soeppan enkele minuten. Ondertussen schil en snijd je de winterpeen in kleine blokjes. Voeg die toe aan de uitjes. Dan de bladselderij in de lengte in vieren snijden en in dunne blokjes. Voeg ook toe aan de soeppan. Zet nu een waterkoker op, ongeveer anderhalve à 2 liter water.

Was het kooltje, snijd met een koksmes het kontje eraf en snijd in vieren. Dan kun je gemakkelijk de harde kern verwijderen en snij de rest van de kool in dunne reepjes. Of: als je een mandoline hebt, kun je de kool daarmee raspen. Voeg de koolreepjes toe en bak even op. Pers het teentje knoflook uit en bak ook nog even mee. Doe er nu het water bij, het bouillonblokje, de specerijen en de gembernat en laat ongeveer 15 minuten pruttelen. ondertussen maak je de balletjes: meng het bloem, zout en bakpoeder met wat bouillon (veel lekkerder dan met water) en kneed er kleine balletjes van (hoe groter de balletjes, des te langer ze zullen moeten koken). 

 

Na 15 minuten pureer je de soep met de staafmixer. Doe de balletjes in de soep en laat nog ongeveer 20 minuten meekoken. Garneer eventueel met nog wat blaadjes van de bladselderij. 

 

 

 

Geitenkaastaartjes met (rucola)salade

 

heel eenvoudig    voorbereiding: 15 minuten     bakken: 15 à  20 minuten

 

Als het niet zo lekker was, dan had ik mij bijna geschaamd om dit recept te geven, want zó eenvoudig is het.

Het is een smakelijk vegetarisch voorafje, maar je kunt de porties ook door vieren doen, dan krijg je gezellige kleine vierkantjes die je kunt serveren als borrelhapje.

 

Nodig voor 4 personen:

 

4 plakjes bladerdeeg

1 à 2 tomaten (afhankelijk van het formaat)

+/- 100 ml. (basilicum)pesto

+/- 150 gr. geitenkaas (gerijpte Bettine blanc bijvoorbeeld)

scheutje truffelolie

peper

+/- 125 gr. rucola en/of andere slablaadjes naar smaak

 

voor de dressing:

2 el. olijfolie

1/2 el. (balsamico)azijn

1 tl. honing

1 tl. mosterd

peper en zout

 

Ontdooi de plakjes bladerdeeg en zet de oven vast aan op 190 graden.

Bestrijk de plakjes met de pesto. Snijd de tomaat in plakjes van +/- 8 mm en beleg ieder plakje bladerdeeg ermee. Snijd de geitenkaas in 4 dunnen plakken en leg op ieder taartje één plakje.

Bak de taartjes ongeveer 15 à 20 minuten in de oven (vast na 12 minuten voor de zekerheid kijken!).

 

Ondertussen kun je de sla wassen en droogslingeren en de dressing maken. Doe de ingrediënten hiervoor behalve de olijfolie in een bakje en klop met een vorkje los. Nu de olie er voorzichtig bij gieten en goed kloppen. Je zult merken dat de dressing gaat emulgeren (dikker worden). proef of er misschien nog wat peper, zout of extra olie bij moet.

Meng de dressing door de sla.

 

Haal de taartjes uit de oven, besprenkel met een drupje truffelolie en een draai van de pepermolen en serveer op of naast je salade.

 

 

 

Vis 'en papillotte'  - gestoomd visbuideltje

 

makkelijk   voorbereiding 5 minuten     20 minuten in de oven

 

Nodig per persoon:

 

een stukje vis (filet: zoals kabeljauw, zalm, witvis of een heel visje zoals forel)

een scheutje olijfolie - of eventueel toch een klontje boter

een scheutje witte wijn of Noilly Prat

wat kruiden zoals peterselie, bieslook en/of dille

wat in stukjes gesneden groente zoals prei, worteltjes en/of venkel

eventueel wat kort voorgekookte aardappeltjes

aluminiumfolie of bakpapier

peper en zout

 

Verwarm de oven voor op 160 graden.

Maak  een kuipje van het aluminiumfolie of het bakpapier, leg daarin de vis (een hele of een filetje, of in stukken gesneden), een scheutje olijfolie of eenklontje boter, wat witte wijn of Noilly Prat en wat kruiden. 

 

Voeg eventueel nog wat groenten zoals prei of worteltjes en zelfs licht voorgekookte aardappeltjes erbij, en vouw het pakketje dicht.

 

Laat het afhankelijk van de dikte van de vis en de soort groenten ongeveer 15 à 20 minuten op ongeveer 160 graden gaar worden in de oven. Serveer in het folie of het papier op het bord.

 

 

 

Indiaase vegetarische curry

 

makkelijk     voorbereiding 15 minuten      25 minuten koken

 

Voor 4 personen:

 

1 eetlepel olie (zonnebloem of arachide)

1 ui

2 teentjes knoflook

currypasta (mild of pittig naar smaak)

groenten naar smaak

200 ml. kokosmelk of eventueel yoghurt

een handje verse koriander

 

Eventueel:

Spaanse peper

verse gember

 

Bak in wat olie gesnipperde ui en knoflook. Voeg dan een flinke lepel currypasta toe. Bak daarbij wat rauwe groentjes zoals aubergine, bloemkool, worteltjes en erwtjes.

Voeg wat kokosmelk toe of wat yoghurt en laat de boel (minstens) 20 minuten gaar sudderen. Voor wat meer pit kun je nog een Spaanse peper in ringetjes snijden en meebakken en/of wat fijngehakte gember.

 

Maak af met wat verse koriander en smullen maar! Voor wat meer ‘body’ kun je ook nog wat aardappels meekoken

 

 

 

Pepperoncini - gegrilde paprika's 

 

makkelijk    voorbereiding 10 minuten     15 minuten onder de grill

 

Dit is een heerlijk voorafje, dat naar veel meer smaakt dan zijn beperkte ingrediënten doen vermoeden.

 

Nodig voor 2 personen:

 

1 of 2 rode en/of gele paprika's

scheutje olijfolie

teentje knoflook

 

 

Stop – liefst rode en/of gele – paprika’s in de oven onder de grill, elke 3 à 4 minuten even een kwartslag draaien. Niet bang zijn als de velletjes een beetje zwartblaken. Haal uit de oven en laat op een snijplank afkoelen.

 

Ze gaan er dan een beetje zielig uitzien, dat is niet erg. Als ze afgekoeld zijn met een mesje of gewoon met je vingers, de velletjes eraf pellen.

 

Dan de zaadjes verwijderen en de paprika in reepjes snijden en met zijn vocht serveren. Eventueel nog wat olijfolie en uitgeknepen knoflook eroverheen doen.

 

 

 

Gebakken visje met paprikasaus

 

Dit is een ideaal vastengerecht. Ik noem het gebakken “visje”, omdat je hiervoor bijna elke soort vis kunt gebruiken: het gaat voornamelijk om de saus. Die is een beetje pittig, en een beetje zoetig zonder overheersend te zijn en complementeert de soms flauwe en zoutige smaak van vis. En hij is aanzienlijk lekkerder dan je vanaf de ingrediënten zou verwachten. Het is typisch zo’n lekker sausje uit een Frans Bistro of een Italiaanse Trattoria.

 

Voor 2 personen:

2 stukje vis *

1 eetlepel bloem

olie

scheutje witte wijn of vermouth (liefst Noilly Prat)

1 ui

1 teentje knoflook

1 paprika

2 tomaatjes (bij voorkeur géén vleestomaten)

boter

peper en zout

 

* bijvoorbeeld filet van zalm, zeewolf,  kabeljauw, zeeduivel, tong, panga of schol

 

Haal de vis uit de ijskast zodat hij op kamertemperatuur kan komen. Snipper de ui en fruit deze in een klein pannetje of in een hapjespan in een flinke eetlepel (olijf)olie. Laat de uit zachtjes pruttelen, en roer alles af en toe om.

Maak de paprika schoon (zaadlijsten en witte vliesjes aan de binnenkant verwijderen). Snijd de paprika in hele kleine stukjes (maximaal ½ cm. Bij ½ cm). Voeg ze toe aan de uitjes. Pers er een teentje knoflook door.

Snijd de tomaatjes ook heel klein (mag iets groter dan de paprika, want ze pruttelen toch wat meer kapot) en voeg ze mét hun vocht aan het paprikamengsel toe. Schenk er dan nog een scheutje wijn of vermouth bij en laat het geheel, met een deksel op het pannetje zeker 20 minuten op de laagste stand pruttelen. Voeg naar smaak wat peper en zout toe. Je krijgt nu als het goed is echt een dikke saus, waar nog maar hele kleine stukjes zitten.

Als de saus eigenlijk al klaar is:  de vis onder de koude kraan wassen en goed droog deppen met keukenrol. Doe er wat zout en peper overheen en bestrooi beide kanten met een dun laagje bloem, of doe de bloem in een bord en dep de visjes er in. Klop de overtollige bloem er af.

Smelt in een koekenpan wat boter met een scheutje (olijf)olie en bak de visjes kort gaar.

Direct serveren, eventueel met rijst of gekookte of gebakken aardappeltjes. 

 

TIP: zijn je overige bijgerechten nog niet klaar? Zet de visjes op een bordje in een oven van 50 graden. Daar houden ze het rustig nog een kwartiertje uit zonder uit te drogen en zo blijven ze op temperatuur.

 

 

Smakelijke Marokkaanse bonendip voor op brood

 

Het is niet eenvoudig om iets op je brood te doen dat voldoet aan de vastenregels zonder te blijven in de jam, pure hagelslag en pindakaas. Dit dipje biedt een goed alternatief.

Of het echt Marokkaans is, weet ik niet. Maar het heeft wél de smaak van Noord-Afrika en het is ongehoord lekker. Het is een eigen verzinsel en mijn vriendin Cynthia vond dat het er beslist in hoorde, vandaar.

Nodig voor 4 personen:

1 blikje boterbonen à +/- 450 ml.

1 bosje peterselie van ongeveer 15 gram

een flinke theelepel gemalen komijn

+/- 1 dl. olijfolie

wat harissa (soort Noord Afrikaanse sambal) of anders 1 Spaanse peper

 

Doe als je er een hebt alles in de foodprocessor of staafmixer (bonen wel even afgieten) en voeg zoveel olijfolie toe, dat het een smeuïg geheel wordt. Heb je geen keukenmachine? Geen nood: prak de bonen fijn met een vork in een kom (ze zijn zó zacht, dat gaat echt gemakkelijk), snijd de peterselie en eventueel de Spaanse peper fijn en meng alles dan door elkaar.

Zoals je hebt gemerkt komt er geen zout aan te pas. Mocht je het onverhoopt tóch te flauw vinden, voeg dan nog wat meer komijn toe. Vind je het dan nóg te flauw, kan je er alsnog wat zout aan toevoegen.

 

TIP: gebruik op brood of serveer als dipje of op een bedje van sla. Lekker met (geroosterd) pitabrood of Turks brood (pide). 

 

Thaise zoete garnalen met gebakken rijst

Redelijk gemakkelijk    voorbereiding 25 minuten    bakken 15 minuten  

Of het authentiek Thais is, betwijfel ik, maar het heeft wél de heerlijke Thaise smaken. Bovendien staat het – als je de rijst eenmaal hebt gekookt – binnen een kwartier op tafel en ik garandeer je ‘oooohs’ en ‘aaahs’ en “mmmmmms’ van je disgenoten: het misstaat dus ook niet bij een chique dinertje!

Nodig voor 2 personen:

+/- 300 gram rauwe grote garnalen (gepeld)

1 rode Spaanse peper

pandan- of basmatirijst voor 2 personen

2 teentjes knoflook

een bosje bos- of lenteuitjes

1 cm. verse gember

een handje verse koriander

scheutje gembernat

1 klein blikje (+/- 200 ml.) doperwtjes

scheutje vissaus

scheutje plantaardige olie

+/- 1 dl. kokosroom

een wok of anders een hapjes pan

 

Om rijst krokant te kunnen bakken, heb je afgekoelde rijst nodig. Kook daarom eerst de rijst volgens de instructies op het pak en laat hem afkoelen. Heb je een beetje haast: doe een flinke laag koud water in je gootsteen en laat de pan met de gare rijst er een kwartiertje in staan, terwijl je af en toe even roert.

Doe vervolgens het voorbereidende werk. Pel de eventueel ongepelde garnalen. Verwijder het darmkanaal. Haal de zaadjes uit de peper  en hak hem in kleine stukjes. Snijd van je gember een stukje van ongeveer 1 centimeter af, verwijder het velletje en hak de gember fijn. Verwijder de groene kern van de teentjes knoflook. Snijd de bos- of lenteuitjes in ringetjes van ongeveer een halve centimeter en hak de koriander fijn.

Doe een scheutje olie in de pan en zet de oven aan op ongeveer 70 graden. Verhit de wok/pan en bak daarin kort de stukjes gember en Spaanse peper. Pers er de teentjes knoflook in uit en voeg de garnalen toe. Bak ze in ongeveer 2 minuten gaar. Haal het mengsel uit de pan en houd het warm in een schaaltje in de oven.

Voeg eventueel nog wat olie toe in de pan/wok. Bak nu ongeveer 2 minuten de bos- of lenteuitjes. Voeg dan de rijst toe en de (uitgelekte) erwtjes. Bak op redelijk hoog vuur, onder voortdurend omscheppen gedurende ongeveer 4 minuten. Voeg dan naar smaak redelijk wat vissaus toe (ik raad aan ongeveer 2 à 3 eetlepels).

Je kan de rijst meteen op de borden scheppen, óf in een schaaltje (eventueel nog even terug in de oven). Doe de garnalen terug in de wok en voeg meteen de room toe, een scheutje gembernat (een ruime eetlepel) en tenslotte de koriander.  Nog geen minuutje laten pruttelen en klaar is Kees!

 

Smullen maar!