SACRE CUISINE

OVER ETEN EN CHRISTELIJKE FEESTEN

 

 

 

CARNAVAL

 

Blini met zalm

 

In de Orthodoxe kerk mag er in de carnavalsweek, die voorafgaat aan de vasten, al geen vlees meer worden gegeten. Wel nog room, eieren en boter. In die week, die de Russen Maslenitsa ofwel Boterweek noemen, worden overal blini gegeten. Dit zijn heerlijke boekweitpannekoekjes, die gemakkelijk zelf te maken zijn.  'Beleg' ze bij voorbeeld met zalm en zure room. Maar doe er gerust ook jam of suiker op. Sommigen bakken de blini als dunne pannekoekjes, anderen maken er dikke kleintjes van. Een soort poffertjes dikte en ongeveer 10 cm. doorsnee.

Nodig voor ongeveer 25 blini:

100 gram bloem

150 gram boekweitmeel (gewoon van Koopmans o.i.d. uit de supermarkt)

ongeveer 100 gram boter

1 zakje gist

300 ml. karnemelk

3 eetlepels suiker

2 eieren

1 tl. zout

 

Voor de vulling:

 

200 gram zalm

200 ml. zure room

2 eetlepels gembersiroop

1 flinke theelepel mierikswortel

beetje peper

beetje dille

 

Smelt ongeveer 50 gram boter in een pannetje. Doe de gesmolten boter in een kom. Verwarm de karnemelk tot handwarm in hetzelfde pannetje, voeg de suiker en de gist toe en laat even staan.

Zeef boven de kom de bloem het het boekweitmeel, twee eidooiers en het zout. Voeg het karnemelkmengsel toe en roer tot een dik papje. Laat het mengsel een uur met een doek erover op een warme plaats staan. Klop de eiwitten stijf en meng ze tegen het einde van de rijstijd erdoorheen. 

Bak nu kleine dikke pannekoekjes in een koekenpan waar je steeds een likje boter in doet. Let op: het vuurmoet wat lager staan dan bij gewone pannekoeken en je moet iets meer boter gebruiken.

Wil je een mooie ronde vorm? Dan kun een een ronde steker gebruiken, maar let op, hij wordt wel heet.

Bewaar de blini eventueel in een oven die je op 50 graden verwarmt.

Meng ondertussen de zure room met de gembersiroop en de mierikswortel. Smeer wat op de pannenkoekjes en drapeer er een beetje zalm op, eventueel met nog wat caviaar, of anders is dille en peper een goed alternatief.

Geniet in stijl! 

 

 

 

 

Brabantse worstenbroodjes

 

Voorbereiding 2 x 10 minuten       rijstijd 1 uur              baktijd 20 minuten

 

Hoewel worstenbroodjes in Brabant het hele jaar door worden gegeten, horen ze vooral bij carnaval.  Het is lekker, vet, en gemakkelijk mee te nemen. Maak ze eens zelf klaar, het is niet veel werk en werkelijk verrukkelijk.  Al staat of valt het broodje natuurlijk ook bij de kwaliteit van het vlees dat je ervoor gebruikt.

 

Nodig voor 8 à 10 broodjes:

 

250 gr. bloem + wat extra

1 ei

1 zakje gist

1 el. suiker

150 ml. melk

30 gram boter

1 afgestreken tl. zout

500 gram worstvlees/worstjes

3 el. paneermeel

 

Verwarm de melk tot handwarm in een pannetje of de magnetron. Voeg de suiker toe en roer even. Voeg ook de gist toe en laat even staan. Doe de bloem, het zout en de boter in een kom. Voeg het gistmengsel toe en kneed het deeg ongeveer 5 minuten, totdat het soepel wordt.  Wanneer gebeurt dat? Meestal voel je wel dat het opeens gemakkelijker gaat. Is het deeg te zwaar om te kneden, dan heeft het misschien nog een scheutje melk nodig. Andersom, voeg nog wat bloem toe.

Laat het deeg in de kom met een doek erover op een warme plek rijzen.  Minimaal een uur, 2 uur is ook goed.

 

Zet de oven vlak voor de rijstijd om is, op 200 graden. Haal de velletjes van de worsten (of knijp het vlees eruit)  en verdeel het vlees in 8 à 10 stukken. Rol het worstvlees even door het paneermeel. Zo voorkom je dat het vet er teveel uit gaat lekken. Verdeel wanneer het deeg is gerezen, het deeg ook in 8 à 10 stukken.  Sla steeds een stuk deeg plat met je vingers totdat er een vierkantje van ongeveer 10 x 10 cm. ontstaat. Leg er een rolletje worstvlees op, vouw om en leg het broodje met de naad onderop op een bakplaat (liefst met bakpapier). Als je klaar bent met de broodjes, splits je het ei. Het dooier met een eetlepel water vermengen en met een kwastje het deeg bestrijken.

Doe de broodjes in de oven, zet de oven terug op 180 graden en na ongeveer 20 minuten heb je heerlijk goudgele broodjes. Boerenzakdoek om en het feest kan beginnen!

 

 

 

 

Limburgs Zuurvlees

 

 

Voorbereiding: 10 minuten      laten marineren: 8 uur     Laten stoven:  3 uur

 

   

Ook deze lekkernij is in Limburg het hele jaar door te krijgen, bij de betere frietkraam, maar het wordt vooral tijdens carnaval gegeten. Het was oorspronkelijk armeluis voedsel dat van paardenvlees - volgens de overlevering oude cavaleriepaarden - werd gemaakt. Omdat dat vlees erg taai was, werd het zachtgemaakt door het in azijn te marineren. Tegenwoordig wordt vaker rundvlees gebruikt. De Limburgers scheppen het als saus over de frieten, maar  het is ook heerlijk als hoofdgerecht naast gebakken aardappeltjes of puree. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is de smaak niet echt zuur.  Appelstroop en ontbijtkoek maken het gerecht zelfs zoet.

 

Nodig voor 6 personen:

 

750 gr. à 1 kg hachéevlees (of: runder- of sukadelappen)

1 1/2 dl. appel- of witte wijnazijn

1 1/2 dl. water

3 à 4 uien

1 laurierblaadje

5 kruidnagels

3 eetlepels appelstroop

2 à 3 dikke plakken ontbijtkoek

peper en zout

klont boter

 

Snijd zo nodig het vlees in kleine stukken en leg het in een (afsluitbare) schaal.  Leg het laurierblaadje en de kruidnagels ertussen. Giet er de azijn en het water over.  Druk een beetje aan, het vlees moet net onder komen te staan. Snijd de uien in dunne ringen en leg erbovenop. Laat het minstens 8 uur in de ijskast marineren, een dag en nacht is ook goed.

 

Doe de boter in een dikke pan en bak eerst de uien even glazig. Haal het vlees uit de marinade en bewaar de marinade (en het vlees natuurlijk). Schrik niet als het vlees er nu heel bleek uit ziet. Dat hoort zo. Schep de uien uit de pan en bak dan even het vlees aan.

Voeg de uien weer toe en de marinade.  Laat het vlees met het deksel op de pan 3 uur zachtjes sudderen. Doe na ongeveer 2 uur de stroop en de plakken ontbijtkoek erdoor.  Maak tegen het einde van de gaartijd het vlees verder op smaak met wat peper en zout.

Waan je tussen de Limburgse feestgangers!