SACRÉ CUISINE

OVER ETEN EN CHRISTELIJKE FEESTEN

 

 

OUD EN NIEUW

 

Oliebollen

redelijk eenvoudig      voorbereiding 10 minuten       60 minuten laten rusten   

35 minuten bakken

 

Het algemene gebruik om in Nederland oliebollen met oud en nieuw te eten is ontsaan in de 19e eeuw. Voor die tijd werden er rond oud en nieuw goedkope en voedzame versnaperingen aan de armen uitgedeeld, waaronder een soort oliebollen. 

We eten bijna allemaal met oud en nieuw oliebollen, maar haast niemand maakt ze meer zelf, en dan bedoel ik: écht zelf, niet met behulp van een pakje. En dat is jammer, erg jammer zelfs, want écht zelf oliebollen maken is niet alleen eenvoudig, maar ze zijn ook echt een stuk lekkerder. Pas enkele jaren geleden ben ik zelf begonnen met oliebollen te bakken en ik heb er spijt van dat ik dat niet eerder heb gedaan. Ik bak ze gewoon in de pan of in de wok, omdat ik geen frituurpan heb, dus ook dat is geen excuus om ze niet te maken! Mijn recept is een aanpassing van een recept uit het wederom het Elseviers pocketkookboek uit 1964. Door de stukjes appel erdoor smaken ze net wat verfijnder.

Nodig voor ongeveer 30 oliebollen:

3 dl. melk

1 zakje gist

400 gram bloem

2 eieren

mespunt zout

200 gram rozijnen

2 appels

2 à 3 zakjes vanillesuiker

2 liter arachide- of zonnebloemolie

Poedersuiker naar smaak

Eventueel:

nog een paar schijfjes gedroogde appel

 

Verwarm een flinke scheut melk tot handwarm en roer er de vanillesuiker doorheen met het zakje gist. Laat zo ongeveer 5 minuutjes staan.  Doe ondertrussen de bloem in een kom en voeg het zout, de eieren en de rest van de melk toe. Roer met de garde totdat er een glad beslagje is.

Schil de appels, haal de klokhuizen eruit en snijd ze in kleine stukjes. Snijd ook de gedroogde appelschijfjes fijn.

Voeg het gistmengsel toe, roer nog een keertje alles glad en roer dan met een houten lepel de rozijnen en de appelstukjes erdoor. Leg een vochtige theedoek (schone doek even onder de kraan en dan uitwringen, of even met de plantenspuit) op de kom en zet de kom het liefst tegen een verwarming aan.  Laat 1 uurtje (of meer) rusten.

Zet de friteuse aan of zorg voor een laagje van ten minste 8 cm. olie in je (brede) pan. Gebruik geen tefal of aluminium, maar zowel gietijzer als rvs volstaan. Verwarm de pan op half hoog vuur. Dat kan best 8 à 10 minuutjes duren. Zet vast een schaal klaar met een paar blaadjes keukenrol. Zodra de olie warm genoeg is, kun je met twee eetlepels balletjes deeg één voor één in de olie laten zakken. Bak ongeveer 4 à 5 oliebollen tegelijk. Keer ze na ongeveer 2 minuten met de schuimspaan om en bak ze nog ongeveer 2 minuten.

Met de schuimspaan de gare oliebollen uit de olie halen en laten uitdruppen en afkoelen op de keukenrol. Herhaal met de rest van het beslag.

Zodra je ze kunt of wilt eten, royaal met poedersuiker bestuiven.

 

Glühwein

Eenvoudig      voorbereiding 5 minuten        3 uur laten trekken

Hoewel bijna iedereen met klokslag 12 uur Champagne drinkt, is de avond tot dat moment lang en vinden wij Nederlanders een hele avond Champagne drinken zonde. Gelukkig hebben we voor het oude jaar Glühwein.

De oorsprong van Glühwein is waarschijnlijk te vinden in de middeleeuwen. In die tijd, toen de wijn nog niet te drinken was en water niet te vertrouwen, dronk men in de lage landen vooral (aangelengd) bier. Waar de wijndruiven groeiden (vooral Frankrijk en Zuid-Duitsland)  dronk men Hypocras. Dit was een drankje op basis van rode wijn, honing en specerijen, waarschijnlijk vernoemd naar de daarvoor gebruikte filterzak ‘manum Hippocraticum’, een zak die was uitgevonden door de  Griekse geneesheer Hippocrates.  In de loop der tijden werd het een drankje dat steeds minder werd gedronken maar met oud en nieuw bleef het bewaard. De honing werd vervangen door suiker en er werden citrusvruchten aan toegevoegd voor een frissere smaak. Voilà! De Glühwein was geboren.

Nodig:

1 fles rode wijn

375 ml. (1/2 fles) water

+/- 10 kruidnagels

1 kaneelstokje

Eventueel:  1 steranijs

+/- 5 peulen kardemom, of ½ tl. kardemompoeder

Een paar schillen van een sinaasappel

Een paar schillen van een citroen

5 à 6 grote eetlepels suiker of (veel) meer naar smaak

Doe alle ingrediënten in een pan en laat een paar uur op een hééél zacht vuurtje trekken. Het moet beslist niet koken. Zoals ik al eerder schreef: de wijn moet namelijk het liefst onder de 75 graden blijven, want anders verdampt de alcohol teveel.

Ook hier geldt dat de wijn nog lekkerder wordt als je hem al ’s ochtends maakt, dan rustig laat afkoelen en de smaken erin laten trekken. Warm hem  ’s avonds weer zachtjes op.

 

Tip: benieuwd naar Hypocras? Vooruit, hier komt een recept: Verwarm een fles rode wijn, met een paar plakjes gemberwortel of ½ tl. gemberpoeder, een paar kruidnagels, een kaneelstokje, een mespuntje geraspte nootmuskaat, een paar peperkorrels, een ¼ tl. korianderzaadjes of –poeder, een paar kardemompeulen en een paar flinke eetlepels honing.

 

Italiaans Nieuwjaars Linzenstoofpotje

 

redelijk eenvoudig     voorbereiding 15 minuten     +/- 45 minuten koken

 

Een Italiaanse traditie is om met nieuwjaar linzen te eten, liefst met een varkensworstje erbij. De Linzen staan voor (financiële) voorspoed, de vorm van de peulvrucht doet immers aan een muntje denken. Laat je niet afschrikken als je nog nooit linzen hebt klaargemaakt! Dit hapje is gemakkelijk te maken en echt heel lekker. Laat je verder niet misleiden als de porties klein lijken: linzen zijn verrekte machtig. Ook bevatten ze relatief weinig calorieën! Alle redenen dus om het een keer te proberen, zo niet met nieuwjaar, dan op een ander moment. De enige truc – om het simpel te houden – is om linzen te kopen die niet hoeven te worden voorgeweekt. Je kan ze in de supermarkt krijgen en in reformwinkels. Du Puy linzen zijn het allerlekkerst, probeer ze eens. 

 

Nodig voor 4 personen:

 

ongeveer 150 gram groene of bruine linzen (kijk op de verpakking voor hoeveelheden)

4 lekkere worstjes (saucijsjes o.i.d.)

1 kleine winterpeen

1 grote ui

2 à 3 stengels bladselderij

1 kippenbouillon blokje

1 tl. gedroogde rozemarijn of 2 tl. verse, fijngehakt

1 wijnglas witte wijn

ongeveer 2 eetlepels olijfolie

 

Snipper de ui. Snijd de winterpeen en de bladselderij in kleine stukjes. Doe in een diepe pan de olijfolie en laat de ui, peen en bladselderij enkele minuten op middelmatig vuur glazig worden. Voeg dan de worstjes toe en schroei ze rondom dicht.

 

Voeg vervolgens de linzen toe met genoeg water (zie instructie op de verpakking), het glas witte wijn en het bouillonblokje. Voeg na 10 minuten ook de rozemarijn toe. Proef als de aangegeven kooktijd bijna is verstreken of de linzen al gaar zijn. Ze moeten ‘beet’ hebben, maar van binnen zacht zijn. Vergelijk ze qua ‘bite’ met doperwten met een iets taaier velletje.  Check ook of er nog voldoende vocht aanwezig is.

 

Voeg aan het einde desgewenst nog wat peper en zout toe, maar de bouillon en de worstjes zouden het al voldoende zout moeten hebben gemaakt. Giet eventueel overtollig vocht weg, of bewaar het voor een risotto.

 

TIP: als je geen witte wijn hebt, smaakt rode wijn of marsala hier ook erg lekker bij. In plaats van rozemarijn kun je ook basilicum, salie of tijm gebruiken, of een combinatie.