SACRÉ CUISINE

OVER ETEN EN CHRISTELIJKE FEESTEN

 

 

 

Eerste religieuze vieringen : Triomf van het licht op het duister

 

Marius Van Leeuwen, theoloog en auteur van het boek 'Van Feest naar Feest'  stelt dat mag worden aangenomen dat de eerste religieuze vieringen bij de mensheid betrekking hadden op de triomf van het licht op het duister. Terwijl het nu al duizenden jaren helder is dat we één maan en één zon om onze aarde hebben draaien, die iedere ochtend of avond weer opkomt, was dat in prehistorische tijden niet vanzelfsprekend.

 

Aanvankelijk dacht men zelfs waarschijnlijk dat er iedere ochtend een andere zon op kwam en later bleef het lange tijd ieder jaar nog spannend of de steeds korter wordende dagen wel weer langer zouden worden. Om de goden gunstig te stemmen c.q. als kalender te dienen, werden oude megalithische bouwwerken gebouwd zoals Gavrinis voor de Kust van Bretagne en Newgrange in Noord Ierland. Dit zijn bouwwerken, een soort terpen van steen met een lange gang naar een kleine ruimte, waar tegen de achterwant ronde versieringen zijn aangebracht, waarschijnlijk van de zon.

 

Alleen op de kortste dag van het jaar schijnt het zonlicht tot aan deze achterwand.

Daarop volgend werd in waarschijnlijk alle culturen de tijd in het jaar verder opgedeeld in 4 of zelfs 8 gelijke parten. De zomerzonnewende en de voor- en najaars equinoxen werden ook als belangrijke momenten in het jaar gezien die moesten worden gevierd. 

 

De geboorte van Jezus Christus - Winterfeest

 

Met kerst vieren we de geboorte van Jezus, maar dit feest is de facto een directe voortzetting van de Mithrascultuur uit het Romeinse rijk. Mithras was de God van het licht die op 24 december (toen de datum van de zonnewende) uit een rots werd geboren. Op die nacht vierde men het feest van het licht en dat is in feite nog steeds zo. We branden kaarsjes en gedenken de geboorte van Christus – het licht van de wereld. In de Mithras-cultuur diende men dagen lang de boze geesten te verjagen, één dag voor elke maand van het jaar. Dat verklaart ook waarom wij ook nu nog twaalf dagen na kerst het kerstfeest afsluiten met de viering van driekoningen.

 

 

 

Gebruiken rond kerst

 

 

Met kerstavond (de 24e dus) diende men zich nog aan de vasten te houden. En dat betekende: de hele dag niet eten en ‘s avonds, of zelfs pas ‘s nachts, na de nachtmis, een weliswaar feestelijke maaltijd, maar wél nog een zonder vlees.

 

Deze traditie zet zich tot op heden voort in Oost Europa, Italië en Zuid-Frankrijk.

Zo eet men met kerstavond in Polen altijd 12 (of een oneven aantal) vleesloze gerechten. Het getal 12 verwijst naar de apostelen. Op tafel komt traditioneel karper – op verschillende wijzen bereid -, bietensoep, varenyky (een soort ravioli met paddestoelen), koolgerechten, haring en maanzaadcake.

In sommige slavische landen houdt men bovendien 1 plaats over voor de ongenode gast, als verwijzing naar Jozef en Maria die een plek zochten met kerstavond.

Er wordt bovendien een groot rond plat brood gebakken, een soort grote hosti, welke wordt gebroken en uitgedeeld onder de gasten, die op hun beurt van hun stukje weer stukjes afbreken voor alle aanwezigen. Op tafel ligt verder een wit kleed, dat symbool staat voor de doeken waarin Jezus werd gewikkeld, een grote witte kaars – een verwijzing naar Christus als licht van de wereld en er ligt vaak zelfs wat stro of hooi op tafel, een verwijzing naar de stal.

 

In Italië staat ook de maaltijd op kerstavond centraal. Daar dient men traditioneel 7 visgerechten op. Iets wat de moderne Italiaan de nodige kopzorgen oplevert, omdat het veel werk vergt.

 

In de Provence in Zuid Frankrijk staan de 13 desserts centraal op 24 december.

Na de nachtmis worden 13 (Jezus + de 12 apostelen) nagerechten geserveerd, die vanzelfsprekend ook vleesloos zijn.

Wat daar ter tafel komt is allemaal erg symbolisch :

In ieder geval komen er 4 gerechten die de vier bedelorden symboliseren – elk met de kleur van de habijt van de betreffende orde :

Augustijnen : hazel – of walnoten

Fransiscanen : Gedroogde vijgen

Carmelieten : amandelen

Dominicanen : rozijnen.

 

Ook staat een in olie gebakken brood centraal. Vorm en naam varieren daar weer per streek. Op veel plekken bakt men een fougasse, een brood met 7 gaten erin, het gezicht van Christus symboliserend.

Ook dit brood moet worden gebroken en niet gesneden ! Dat zou ongeluk betekenen.

En verder in elk geval witte- en donkere noga, voor de goede en slechte tijden.

 

 

Nederlandse kersttradities

 

In Nederland vind je hier weinig van terug. Dit heeft waarschijnlijk alles te maken met de reformatie.

Wél overgebleven is de kerststol, een brood dat al ruim 1000 jaar met kerst wordt gegeten en zó is gevouwen dat het lijkt op kindeke Jezus in doeken gewikkeld.

Waarschijnlijk is dit luxe brood weer een voortzetting op het gebruik om een rijk gevuld brood te offeren tijdens de zonnewende.

Traditioneel eten we een feestmaal met veel vlees. Vooral de kalkoen moet het ontgelden. Toch is deze traditie niet zo oud. De Kalkoen werd in de 16e eeuw – met de ontdekking van Amerika – uit dat land geïmporteerd en gedijde hier best. De vogel kwam af en toe wel bij rijke mensen op het menu, maar niet speciaal met kerst.

 

Na de reformatie bleven er als nagerecht vlaaien op tafel komen, die ook voor de reformatie werden gegeten. Een soort custardpuddingen, met heel veel eieren, die er na de vasten weer gegeten mochten worden. Verder kwam met kerst vooral veel wild op tafel, samen met de groenten van het seizoen : rode kool, appeltjes en spruitjes. Dit laatste eten we nog steeds.

Zelfs armeren aten vaak met kerst wild. Het verbod om te stropen werd rond de kerst meestal door de vingers gezien. De echte armen kregen met kerst van de kerk brood en een stuk spek.

 

Het gebruik om kalkoen te serveren met kerst, is meegenomen door onze Amerikaanse bevrijders na de oorlog. Daar werd de kalkoen – die aanvankelijk door de Pilgrim Fathers als eerste makkelijk te vangen dier werd aangetroffen in Amerika, en gegeten werd met de door hen ingestelde thanksgiging, ook al tijden met kerst gegeten.