SACRE CUISINE

OVER ETEN EN CHRISTELIJKE FEESTEN

 

 

 

PINKSTEREN

 

 

 

 

Pinksteren is wat onderbedeeld wat traditionele gerechten betreft.  Sinds enkele jaren heeft in Frankrijk de slager de 'traditie' in het leven geroepen om kalf te eten met Pinksteren. Verwijzingen in de bijbel naar het gouden kalf en het kalf dat voor de verloren zoon werd geslacht worden aangegrepen om toch nog een christelijke link te maken.  Ik vind dat allemaal prima, maar besef dat het een recente constructie is.

 

Pinksterbollen

 

In Nederland hebben we op sommige plekken Pinksterbollen. De herkomst van dit gerecht is onduidelijk.  Ze worden ook wel luilakbollen genoemd, omdat ze ook wel met luilak worden gemaakt. Luilak is de (zater)dag voor Pinsteren. De bollen worden in elk geval al in de 17e eeuw vernoemd, wellicht zijn ze veel ouder. Je eet ze met stroop en boter. Ze zijn gemakkelijk te maken en erg lekker. Hoewel de verantwoorde mens misschien geneigd is om volkoren- of speltbloem of iets dergelijks te gebruiken, hoor je dit met gewone, witte bloem te maken. Maak 'em overigens gewoon zoals je wilt, maar wit brood was vroeger brood voor de feestdagen omdat het moeilijker was te maken, vandaar.

 

Voor 10 à 12 bollen:

 

250 gram bloem

1 zakje gist

krap 2 dl. melk

5 eetlepels suiker

+/-60 gram boter

+/- 100 à 150 gram rozijnen

snufje zout

eventueel:

1/4 tl. kaneel of kardemompoeder

een vanillestokje of een paar zakjes vanillesuiker

 

verwarm krap 2dl melk tot handwarm (=+/- 30 graden) in een pannetje of de magnetron. Doe de melk in een glas, roer er een eetlepel suiker door totdat de suiker min of meer is opgelost en roer dan een zakje gist erdoor.

Doe 250 gram bloem in een kom, voeg het snufje zout toe, de rest van de suiker en eventueel de kaneel en/of kardemom. Meng even door elkaar. Voeg, zodra de gist wat gaat schuimen, het gistmengsel toe. Verwarm dan de boter totdat hij net smelt en giet door het mengsel. Je zult een beetje een slap deegje krijgen.  Dat wordt een beetje vies kneedwerk, maar met een natte hand lukt dat best. need een paar minuten door en zet het deeg, met een handdoekje over de kom op een warme plek, liefst op of tegen de verwarming. Laat 45 minuten staan. Dan is het als het goed is al gerezen. Meng nu de rozijnen erdoor en laat nog een keer 45 minuten staan.

 

Verwarm een kwartiertje voor eindtijd, de oven voor op 200 graden. Vet een bakvorm (bijvoorbeeld een brownie- of taartvorm) in met een likje boter, en schep er een klein lepeltje bloem op. Schud de bak totdat de bloem een dun laagje heeft gevormd op de boter. Kieper de vorm om en klop de overtollige bloem eruit. Zelf heb ik een spingvorm van 24 cm. gebruikt, iets kleiner had zeker ook gekund.

 

Maak 10 tot 12 bolletjes die je bijna tegen elkaar naast elkaar zet. Zet ongeveer 20 à 25 minuten in de oven.

 

Serveer ze - liefst nog een beetje warm - met boter en stroop.

 

 

 

 

 

 

Sneeuweieren - Ile flottante of Oeufs à la Neige

 

Wél weer in Frankrijk een oudere traditie is om tijdens feestdagen als Pinksteren het feestmaal af te sluiten met sneeuweieren. 

 

 

 

 

 

Dit klassieke Franse toetje leerde ik voor het eerst maken toen ik 14 was in Frankrijk. Het toetje is heerlijk. Het is even stoeien met het pocheren van de drijvende eiwit-eilandjes, en het geeft veel afwas omdat je nogal wat attributen gebruikt, maar probeer het alsjeblieft eens! Je inspanningen zullen meer dan beloond worden. Bovendien is het hartstikke handig omdat je het kunt maken wanneer je onverwacht gasten krijgt. Iedereen heeft de ingrediënten meestal wel in huis.

 

Nodig voor 2 personen:

-    

     +/- 2 ½ dl. melk 

     +/- 100 gram suiker

     2 eieren

     1 zakje vanillesuiker

-    1 snufje zout  

     (eventueel nog 1 theelepel maïzena)

 

 

 

 

Splits de eieren. Zorg er absoluut voor dat het eiwit géén eigeel bevat. Dat gaat het makkelijkst als je 3 bakjes neemt: in eerste bakje doe je het eiwit van het eerste ei, in het tweede het eigeel. In het derde bakje doe je het eiwit van het tweede ei, in het tweede bakje het eigeel van het tweede ei. Waarom zo omslachtig? Als het tweede ei mislukt, dan hoef je ten minste niet opnieuw twee eieren te breken!

 

Klop nu het eiwit stijf met een snufje zout. Dat gaat het makkelijkste met een slagroomklopper, maar met de hand gaat het echt ook. Wel wat geduld hebben dan. Na ongeveer 5 minuten moet je resultaat boeken. Als het bijna stijf is, voeg 2 eetlepels suiker toe en klop nog even door. Verwarm de melk in een steelpannetje en houd de melk tegen de kook. Zet een bord klaar voor de eilandjes en een schuimspaan. Neem een (opschep)lepel van het eiwit en laat het voorzichtig in de melk glijden. Het zal er op blijven drijven. Ongeveer 30 seconden laten pruttelen, even voorzichtig met de schuimspaan omdraaien, nog 10 seconden laten pruttelen en eruit vissen met de schuimspaan. Leg het eilandje op het bord. Ga zo door tot alle eiwit op is.  Draai het vuur uit.

 

Meng het eigeel met de rest van de suiker en de vanillesuiker in een tweede steelpannetje. Zet een zeef op de pan en giet er behoedzaam de warme melk door. Roer goed door en zet dan het pannetje op een zacht vuur. Blijf erbij en blijf roeren! Op een gegeven moment – dat kan best 5 minuten duren – merk je dat de substantie wat dikker wordt. Roer dan nog even door en zet het vuur af. Het mag beslist niet gaan koken, dan gaat het eigeel schiften! Mocht je nu na 5 minuten nog helemaal niets merken, of de substantie blijft erg vloeibaar, los dan een theelepel maïzena in een eetlepel van de vloeistof op en voeg die dan toe. Goed doorroeren.

 

Laat de saus afkoelen. Serveer in individuele schaaltjes een bodempje saus (Crème Anglaise) en daarop 1 of 2 eilandjes. Geniet en laat iemand anders de afwas doen!

 

TIP I: je kán er nog wat karamel over serveren (verhit suiker met een beetje water in een pannetje en roer net zolang door totdat je de boel lichtbruin ziet kleuren).

TIP II: je kan er ook wat geroosterde geschaafde amandelen over serveren. Bak ze zonder olie in een anti-aanbak pan op hoog vuur onder constant doorroeren een paar minuten, totdat ze gaan verkleuren.