SACRÉ CUISINE

OVER ETEN EN CHRISTELIJKE FEESTEN

 

 

ALLERHEILIGEN - 1 november    en      ALLERZIELEN - 2 november

 

 

Allerheiligen

 

Aanleiding voor Allerheiligen, is de levenswandel van een vroege Christelijke bisschop uit Carthago, Cyprianus.

 

De eerste eeuwen van het Christendom, werden veel Christenen vervolgd, gemarteld en gedood. Denk maar aan de Romeinse keizer Nero, die christenen zelfs als fakkels gebruikte voor zijn feesten. Maar ook onder andere Romeinse keizers waren christenvervolgingen. Zo leefde in Carthago in de 3e eeuw na Christus Cyprianus, bisschop van Carthago onder het bewind van keizer Decius. Keizer Decius had een wet uitgevaardigd dat iedereen die niet de Romeinse goden vereerde, zou worden verbannen en diens goederen zouden aan de staat toebehoren. 

 

Bidden voor de martelaren

 

Cyprianus, die niet aan deze wet wilde gehoorzamen, werd verbannen. Ondertussen werd het voor de christelijke achtergebleven bevolking hachelijker. Velen werden gemarteld en gedood. Cyprianus vroeg zijn getrouwelingen om op de hoogte te worden gehouden van de namen van deze martelaren, zodat hij voor hen kon bidden. Ook schreef hij brieven van bemoediging om stand te houden.

 

Na een bepaalde tijd kon Cyprianus terug keren naar Carthago.

Vele christenen waren inmiddels gedood, of durfden géén christen meer te zijn. Kort daarna brak de pest uit in Carthago. Cyprianus spoorde de mensen aan om, in navolging van Christus, de zieken te verzorgen en hij nam zelf zieken op in zijn huis. Dit gaf aanleiding tot een nieuwe aanwas van gelovigen die zijn voorbeeld volgden.

 

Cyprianus zelf martelaar

 

Onder het bewind van de latere keizer Valerianus werd het christendom wederom verboden, ditmaal op straffe van onthoofding. Cyrpianus werd in 258 n. Chr. als één van de eersten opgepakt en veroordeeld tot de dood. Volgens de overlevering gaf hij, voordat hij werd onthoofd, zijn bovenkleding aan een paar diakens en betaalde hij de beul 25 goudstukken voor zijn werk. 

 

Na zijn dood gingen zijn volgelingen door met het bidden voor de overleden martelaren - en hun overleden priester. 

Uiteindelijk werden het zoveel martelaren, dat men niet meer aan alle martelaren in persoon kon bidden. Om niemand te vergeten, werd er een dag ingesteld waarop alle martelaren (en heiligen) werden herdacht. Aanvankelijk gebeurde dat nog op verschillede data. In Syrië op de vrijdag voor Pasen, in andere steden de zondag na Pinksteren. In de 7e eeuw werd die viering gecentraliseerd op 13 mei, de dag van de kerstening van het Pantheon in Rome. Op 13 mei 610 werd deze Romeinse tempel die oorspronkelijk gewijd was aan alle (Romeinse) goden door de toenmalige paus Bonifatius IVe gewijd aan Maria en alle martelaren.

 

Waarschijnlijk onder invloed van Ierse kerkleiders, werd dit feest in de 9e eeuw door paus Gregorius IVe verplaatst naar 1 november, om zo de viering van Samhain te kerstenen. Lees meer over Samhain bij de geschiedenis van Halloween. Keizer Lodewijk de Vrome maakte van die dag een officiële rustdag.

 

Met Allerheiligen worden alle heiligen van de Rooms-Katholieke kerk herdacht. Bij de kerkelijke viering wordt ook het thema van het einde der tijden behandeld.

 

Protestanten, die niet aan Heiligenverering doen, vieren geen Allerheiligen.

 

 

 

 

Allerzielen

 

In de 11e eeuw, werd door paus Johannes XIX Allerzielen ingesteld op 2 november. In het verlengde van het herdenken van overleden heiligen, kwam er ook een dag om de overledenen uit eigen kring te herdenken. Het was inmiddels algemene leer binnen de Katholieke kerk, dat de zielen van overledenen niet meteen naar de hemel kunnen, vanwege hun zondigheid. Ze moesten eerst een tijd in het vagevuur doorbrengen voordat ze voor God kunnen verschijnen. Als je pech had, belandde je zelfs in de Hel.

Gebeden voor het zieleheil van overledenen kon echter de weg naar de Hemel vergemakkelijken of bespoedigen.

 

'Zielebroodjes' of 'kruuskebroodjes'

 

Allerzielen was dus bij uitstek de dag om voor de overleden zielen te bidden. Niet alleen ging men langs bij de begraafplaatsen, maar ook probeerde welgestelden zoveel mogelijk mensen te laten bidden voor hun overleden dierbaren. Zo ontstonden er 'zielebroodjes', die de nabestaanden uitdeelden aan de armen, en waarvoor als tegenprestatie werd gebeden. Hoewel dit gebruik in Nederland al enkele eeuwen niet meer bestaat, bestond het nog tot in de 50-tiger jaren in Vlaanderen, waar 'kruuskebroodjes' met allerzielen werden uitgedeeld. Dit waren broodjes met een kruisje erop, zodat het duidelijk was dat het hier niet zomaar om brood ging, maar om een aalmoes, waarvoor gebeden diende te worden.

 

 

Gebruiken in Italië

 

In Italië worden op 2 november de graven schoongepoetst en versierd met bloemen, meestal Chrysanten. Ook wordt er soms op het kerkhof gepicknickt zodat de overleden zielen kunnen aanschuiven. Op Sicilië zetten de kinderen de avond ervoor hun schoen en treffen daar de volgende dag cadeautjes aan of Ossa dei Morti aan (koekjes in de vorm van doodsbeentjes), die - zo vertelt men - door de doden worden gebracht. Vóór vertrek naar de mis, worden de bedden opgemaakt, zodat de dolende zielen kunnen rusten en staat er water en wijn klaar in de keuken. Ook wordt de openhaard aangestoken en worden daarvoor confortabele stoelen neergezet voor de doden.

 

Gebruiken in Mexico

 

In het (overwegend) katholieke Zuid-Amerika en met name in Mexico, zijn de gebruiken uit Indiaanse tradities meegenomen in de viering van de Dia de los Muertos, die op 1 en 2 november plaatsvinden. Daar gelooft men dat op 1 november de zielen van overleden kinderen terugkeren op aarde, en op 2 november die van volwassenen. Er worden altaren gemaakt van liefst 7 treden, waarop allerlei specifieke attributen en gerechten moeten staan. Opmerkelijk is de grote aanwezigheid van schedels en skeletten - ook van suikergoed. 

 

Deze tradities stammen uit de cultuur van diverse Indianenvolken uit Zuid-Amerika. Men bewaarde over het algemeen de schedels van de voorouders, om ze op religieuze feestdagen weer tevoorschijn te halen om dood en wedergeboorte te symboliseren. Zo hoort op het altaar te staan: spullen waarmee de overledene zich kan reinigen, een foto van de overledene, persoonlijke bezittingen van de overledene zoals bril, horloge etc., een kruis in de vorm van een x om de 4-zijden van het leven te symboliseren, een crucifix, een schedel, iets dat de vier elementen synmboliseert (vuur, water, lucht en aarde), ritueel voedsel en lievelings voedsel van de overledene. 

 

Verder is het ook hier gebruik om op het kerkhof in de nabijheid van de overleden dierbaren een maaltijd te nuttigen.